Terug naar overzicht

Onderzoek van palynologisch materiaal, botanische macroresten en hout in de vulling van twee sloten uit de Romeinse tijd in de Lionserpolder

Rapportnummer 1588 | Publicatiedatum 22 mei 2024
Auteur W. van der Meer


In september 2021 voerden M. van de Heiden en R. Feiken van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed een waarderend proefsleuvenonderzoek uit binnen het meerjarig onderzoeksproject Lionserpolder (gemeente Leeuwarden). Dit project vloeit voort uit archeologische waarnemingen die gedaan zijn in de periode tussen 2014 en 2016. Het huidige onderzoek richt zich met name op de periferie van een overslibde nederzetting uit de Romeinse ijzertijd, met de naam ‘Het Eiland’. Het projectgebied ligt binnen het natuurgebied Lionserpolder. Omdat hier geen verstoringen plaatsvinden, kunnen over lange tijd verschillende kleinschalige veldonderzoeken worden uitgevoerd om deze periferie in kaart te brengen, zo ook het aanleggen van deze twee proefsleuven.
Het gebied is onderdeel van Westergo, het westelijk deel van Friesland. Feiken en Van der Heiden beschrijven de landschapsgenese als volgt. In de prehistorie ontwikkelde het landschap van Westergo zich vanuit een waddengebied tot een kweldergebied dat in de periode 700-600 voor Chr. voldoende ontwikkeld was om bewoning mogelijk te maken. Het krekenlandschap, dat nog steeds zichtbaar is in de Lionserpolder, ontwikkelde zich in deze tijd. Het getijdebekken van de oer-Borne vormde de verbinding van dit kweldergebied met de zee en hierlangs waterde ook het veengebied in het achterland af. Tussen 600 voor Chr. en het begin van de jaartelling slibde het getijdenbekken dicht, waarbij de kust steeds verder in noordelijke richting werd uitgebouwd. De Marne in het zuiden en de Middelzee in het oosten werden de belangrijkste waterlopen. De Middelzee breidde zich daarbij vanaf ca. 1000 steeds verder landinwaarts uit. De kreken in het zuidoosten van Westergo hadden echter geen goede afwatering, en na de afzetting van een dik kleipakket in de Romeinse periode ontstonden hier meren en poelen in de lage delen van het landschap. In het noordoosten van het projectgebied ontstond zo het Hesensermeer. De vindplaats zelf ligt in dit lager gelegen gebied op een verhoging: ‘Het Eiland’. De proefsleuven werden aangelegd over twee sloten die al eerder waren aangetoond met booronderzoek en remote sensing. Deze sloten liggen verwijderd van de nederzetting, de één verder dan de andere (Figuur 2). Sloot S7 in werkput 1 ligt op de flank van het hoger gelegen ‘Het Eiland’. Sloot S15 in werkput 2 ligt op ‘Het Eiland’, maar op grotere afstand van de nederzetting. De sloten hebben een kleiïge tot organisch kleiïge vulling en worden afgedekt door een dik pakket overstromingsafzettingen. De vulling bevat aardewerk uit de periode ijzertijd-Romeinse tijd. Om een beeld te vormen van de vegetatie in het landschap rond de nederzetting is de vulling van beide sloten bemonsterd met pollenbakken en er zijn enkele bulkmonsters genomen. Tijdens de aanleg van de proefsleuven werden er ook enkele stukken hout geborgen uit de vulling van sloot S15 in werkput 2.

Bedankt voor uw aanvraag, u ontvangt binnen enkele ogenblikken een e-mail met daarin de downloadlink.

Sluit venster

Download rapport

Vul om dit rapport te downloaden onderstaande gegevens in. U ontvangt direct een link per e-mail om het rapport te downloaden:






Op dit rapport rust nog een embargo, neemt u even contact met ons op?

Contact >