Het plangebied Haling 13 (zie figuur 1) ligt in de gemeente Enkhuizen in oostelijk West-Friesland (Noord-Holland). De regio maakt deel uit van het Westfriese zeekleigebied met een wijdvertakt geulensysteem dat tot aan het begin van de Late-Bronstijd actie
Rapportnummer 639
| Publicatiedatum 01 januari 2013
Auteur Lange, S.
Het plangebied Haling 13 (zie figuur 1) ligt in de gemeente Enkhuizen in oostelijk West-Friesland (Noord-Holland). De regio maakt deel uit van het Westfriese zeekleigebied met een wijdvertakt geulensysteem dat tot aan het begin van de Late-Bronstijd actief was. Op de oeverwallen langs de kreken is bewoning vanaf de Vroege-Bronstijd aanwezig. Het Instituut voor Prae- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam, het huidige AAC (Amsterdams Archeologisch Centrum) heeft in de jaren ’70 uitgebreid onderzoek verricht in de regio, in de polder Het Grootslag ten westen van Enkhuizen. Daarbij zijn complete nederzettingen met greppelsystemen opgegraven. De resultaten hebben tot regionale bewoningsmodellen geleid met ideeën over de verdeling tussen akkerbouw en veeteelt in relatie tot veranderende landschappelijke omstandigheden. Sinds enkele jaren is er opnieuw veel belangstelling voor de regio en worden de bewoningsmodellen deels herzien. In tegenstelling tot het grootschalige nederzettingsonderzoek in Het Grootslag zijn de recente onderzoeken meer verspreid in de regio en worden uitgevoerd door diverse archeologische bedrijven. In het kader van het NWO-onderzoek dat is geïnitieerd door de Universiteit Leiden, worden de oude en nieuwe onderzoeksresultaten bij elkaar gebracht. Ook de onderzoeksresultaten van het onderzoek in Enkhuizen, Haling 13, zullen in dit onderzoek worden geïntegreerd.
Het voorliggende rapport is onderdeel van het onderzoek dat in 2012 door ARCHOL bv Leiden in het plangebied Haling 13 is verricht. In het plangebied wordt woningbouw gerealiseerd en zullen archeologische waarden in de ondergrond onherroepelijk verloren gaan. Archeologisch vooronderzoek had al aangetoond dat in het plangebied archeologische resten vanaf de Bronstijd aanwezig zijn. Op het vooronderzoek volgde een opgraving, waarbij sporen van onder meer bewoning en van landinrichting aan het licht kwamen.
Uit enkele dieper gegraven sporen die als niet beschoeide waterkuilen zijn geïnterpreteerd, zijn houten vondsten geborgen. Na berging zijn de houtvondsten tijdelijk opgeslagen in het depot van ARCHOL bv en eind november 2012 overgebracht naar BIAX Consult voor een houtspecialistische analyse. De onderzoeksvragen waren gericht op een houtsoortbepaling van de vondsten en op geschiktheid voor dendrochronologisch dateringsonderzoek.
In het rapport is een overzicht opgenomen van de geborgen houtvondsten en wordt advies gegeven voor het professioneel laten tekenen, fotograferen en/of conserveren van houtvondsten die op grond van gaafheid, zeldzaamheid of informatiewaarde hiervoor in aanmerking komen. Daarnaast omvat het rapport ook de resultaten van het dendrochronologische dateringsonderzoek.


